3.7 Bestuurlijke vraagstukken
In het Bodemconvenant zijn afspraken gemaakt over de inventarisatie en aanpak van spoedlocaties (met ernstige humane, ecologische en/of verspreidingsrisico’s) tot 2015. De vraag is echter of de beschikbare gelden voldoende zijn en wat er na 2014 gaat gebeuren. Ook is er opnieuw discussie ontstaan over de loodnormering; deze normering is bepalend voor de omvang van de werkvoorraad humane spoed(locaties). Ten slotte wil het Rijk het bodembeleid niet meer sectoraal aanpakken, maar onderdeel laten uitmaken van een breder gebruik van de ondergrond. Het is nog onduidelijk hoe dit vorm moet gaan krijgen.
Te weinig geld voor de zogenaamde werkvoorraad spoed humaan tot 2015
Er wordt verwacht dat er onvoldoende geld is om zowel de puntbronlocaties als de diffuus verontreinigde gebieden voor het jaar 2015 aan te pakken. Eind 2011 wordt op verzoek van IPO en VNG een midterm review uitgevoerd over de budgetten die het Rijk heeft toegekend voor bodemsanering tot 2015. Hierin wordt duidelijk of deze budgetten toereikend zijn om de werkvoorraad spoed humaan aan te pakken. Deze werkvoorraad blijkt hoger te zijn doordat deze tevens diffuse bodemverontreiniging met lood (in met name oud-stedelijke gebieden) omvat. Het Rijk lijkt in te zetten op het beheren en monitoren van de diffuus verontreinigde locaties die spoedeisend zijn vanwege risico’s voor de mens, zonder te saneren.
De resultaten van de review worden besproken tijdens een bestuurlijke conferentie eind 2011. Voor lokale politici kan het echter lastig zijn te communiceren dat een locatie weliswaar ernstig verontreinigd is en met spoed zou moeten worden gesaneerd vanwege risico’s voor de bodemgebruikers, maar dat dit door geldgebrek niet gebeurt. Aan de andere kant is er waarschijnlijk ook geen maatschappelijk draagvlak voor een nieuwe grootschalige bodemsaneringsoperatie in met lood verontreinigde oud-stedelijke gebieden, afgezien nog van de financieringvraag.
Bodemsanering na 2014
Er zijn aanwijzingen dat het Rijk na 2014 geen specifieke budgetten meer wil vrijmaken voor bodemsaneringsoperaties in Nederland, hoewel dit op grond van de Kaderrichtlijn Water en Grondwaterrichtlijn wel voor 2017 moet zijn aangepakt. Door de hier bovengenoemde redenen wordt verwacht dat de spoedlocaties door de verspreiding van ernstig verontreinigd grondwater dan nog niet allemaal zijn gesaneerd of beheerst. De provincie Zuid-Holland en de gemeenten Rotterdam en Schiedam zullen dan zelf alle kosten moeten dragen. Het gaat namelijk meestal om erfenissen uit het verleden, waarvoor geen andere financieel verantwoordelijke partij te vinden zal zijn.
Noodzaak saneren vanwege ecologische risico’s
Steeds meer locaties krijgen het stempel spoedeisend vanwege ecologische risico’s. In het kader van de herziening van het Gezamenlijk Bodemsaneringsbeleid Zuid-Holland beziet het bevoegd gezag of het nog wel zinvol is de ecologische spoed in stedelijk gebied te bepalen. Voor woonwijken, bedrijfsterreinen en havengebieden, waar weinig bijzondere natuurwaarden zijn, lijkt dit weinig zinvol. In grotere stadsparken en ecologische verbindingszones zijn er wel te beschermen natuurwaarden. Lees verder op deze website. In grotere stadsparken en ecologische verbindingszones zijn er wel te beschermen natuurwaarden. Klik hier voor nadere informatie over de saneringsdilemma’s.
Mogelijk strengere normen voor lood
In de afgelopen jaren is er veel gediscussieerd over de gevolgen van lood in de bodem voor de mens en voor landbouwgewassen. De normen voor lood worden strenger. Een verlaging van de loodnorm leidt direct tot een grotere hoeveelheid bodemsaneringssituaties en een toename van de werkvoorraad van diffuus met lood verontreinigde locaties. Dit zal het (verwachte) budgettekort voor de aanpak van de werkvoorraad spoed humaan verder vergroten.
Keuze voor gebruik ondergrond
Het wordt druk in de ondergrond waardoor concurrentie in het gebruik ervan ontstaat. Er zullen daarom keuzes moeten worden gemaakt over het gebruik van de ondergrond.

