Ga direct naar: Hoofdmenu

Ga direct naar: Submenu

Ga direct naar: Inhoud

Ga direct naar: Zoeken

Ga direct naar: Gerelateerde items

Ga direct naar: Meta navigatie

U bent hier

Inhoud

3.3 Blootstelling

Bodemverontreiniging heeft een negatief effect wanneer mensen, natuur of grondwater worden blootgesteld aan (te) hoge concentraties bodemverontreinigende stoffen. Er treden echter geen negatieve effecten op voor mensen wanneer zij niet verblijven op verontreinigde plekken of er geen direct contact is met de verontreinigde bodem.

3.3.1 Belasting van mensen met bodemverontreinigende stoffen

Mensen die wonen op verontreinigde grond, kunnen op diverse manieren worden blootgesteld aan stoffen in de bodem. De belangrijkste zijn direct contact met de grond, het eten van gronddeeltjes (met name door kinderen) en opname via voedselgewassen die zijn gekweekt op verontreinigde grond. Het RIVM heeft een humaan blootstellingsmodel ontwikkeld, het C-soil-model. Daarmee kan het berekenen bij welke bodemconcentraties het niveau van de ADI (Acceptabele Dagelijkse Inname) wordt bereikt, rekening houdend met alle blootstellingsroutes. Daarmee kan het berekenen bij welke bodemconcentraties het niveau van de ADI (Acceptabele Dagelijkse Inname) wordt bereikt, rekening houdend met alle blootstellingsroutes. Klik hier achtergrondinformatie over het humaan blootstellingsmodel van RIVM (C-soil).

3.3.2 Geurhinder door bodemverontreiniging

Geurhinder vanuit de bodem kan optreden door de uitdamping van vluchtige stoffen met een sterke geur. Het gaat meestal om stoffen in olieresten. Ook zonder overschrijding van de Drempelconcentratie Lucht (TCL) en zonder onaanvaardbare risico’s via inhalatie, is geurhinder door bodemverontreiniging een reden om saneringsmaatregelen te treffen omdat het een gevoel van onveiligheid kan geven.

3.3.3 Belasting van het bodemleven met bodemverontreinigende stoffen

Organismen die wortelen of leven in verontreinigde bodem, komen intensief in contact met verontreinigende stoffen. Of zij deze stoffen opnemen, is afhankelijk van de intensiteit van het contact, de biobeschikbaarheid van stoffen en het voedselpakket. Raadpleeg www.mrsonline.nl voor onderzoeksresultaten van het RIVM naar effecten van verontreinigende stoffen voor allerlei bodemdieren. Of zij deze stoffen opnemen, is afhankelijk van de intensiteit van het contact, de biobeschikbaarheid van stoffen en het voedselpakket.
Bij hoge opname van verontreinigende stoffen treden bij bodemdieren negatieve effecten op als verminderde reproductie, groeireductie of zelfs sterfte. Klik hier voor nadere toelichting over de onderzoeksresultaten van het RIVM naar effecten van verontreinigende stoffen voor allerlei bodemdieren.

3.3.4 Belasting van het grondwater

Het grondwater wordt vooral belast vanuit bodemverontreinigende puntbronnen. Door inzijgend hemelwater spoelen mobiele verontreinigende stoffen uit naar het grondwater, waar zij zich verder verspreiden via de spontane grondwaterstroming. Doordat de deklaag van klei en veen veelal weinig doorlatend en juist adsorberend is, is op termijn alleen vanuit een beperkt aantal grote oppervlaktebronnen (stortplaatsen, gasfabrieken) ernstige vervuiling van het diepe grondwaterpakket te verwachten. In het Rotterdamse haven- en industriegebied bevinden zich (deels grote) puntbronnen, waardoor een substantieel deel van het grondwaterlichaam hier is verontreinigd. In het gebied is door de langdurige aanwezigheid van verschillende industriële activiteiten bodemverontreiniging ontstaan. De bodemverontreiniging kan zich op verschillende dieptes bevinden. Met het stromende grondwater kan de verontreiniging zich verspreiden naar gebieden die nu nog schoon zijn. In 2009 is het bodembeleid uit 1992 herijkt. Aanleiding hiervoor was de Europese Grondwaterrichtlijn, die eisen stelt aan de verspreiding van verontreinigd grondwater. De wetgever heeft geconstateerd dat het volledig opruimen van alle verontreiniging voor elk geval afzonderlijk niet altijd direct noodzakelijk is, los van het feit dat het kostbaar en onhaalbaar is. De wetgever introduceert daarom gebiedsgericht grondwaterbeheer als alternatief. In 2010 is het grondwaterbeheer verder ingevuld. De gemeente Rotterdam stelt samen met het Havenbedrijf en andere overheden een Bestuurlijk Arrangement op. Hierin wordt de visie voor gebiedsgericht grondwaterbeheer voor stad én haven vastgelegd. Dit is in 2010 voor het havengebied vertaald in een beleidsregel gebiedsgericht grondwaterbeheer. Na het vaststellen van de beleidsregel, wordt de grondwaterverontreiniging op gebiedsniveau gemonitord en beheerst, te beginnen in het Botlek- en Vondelingenplaatgebied. Deltares en Royal Haskoning voerden in 2010 drie onderzoeken uit, resulterend in een Monitoringsuitvoeringsplan. Het Ministerie voor Infrastructuur en Milieu heeft inmiddels € 5 miljoen toegezegd voor de uitvoering van deze aanpak in het Botlekgebied. Verontreinigende stoffen verspreiden zich hier gemakkelijk naar het diepe watervoerende pakket doordat de ondoorlatende klei-veenlagen in de deklaag onderbroken worden door zandlagen of zelfs helemaal ontbreken.

© DCMR. Content is onder voorbehoud. zondag 20 mei 2012 17:18:22