3 Bodem
Als gevolg van handel en industrie door de eeuwen heen is de bodem in de Rijnmond op veel plaatsen verontreinigd geraakt. Enerzijds zijn er veel puntbronnen door morsingen en lozingen door bedrijven, op- en overslag in de havens, de stort van allerlei afval en kleinschalige activiteiten als opslag van (brand)stoffen in ondergrondse tanks, chemische wasserijen, etc. Anderzijds is er met name in de oud-stedelijke gebieden een omvangrijke diffuse bodemverontreiniging door ophogingen met allerlei restmaterialen: havenbagger, slakken en koolassen, (oorlogs)puin en ander stadsafval. In Rotterdam (en ook in het centrum van Schiedam) spelen daarnaast ook nog de gevolgen van de aanwezigheid van loodwitfabrieken in de 16e t/m de 19e eeuw een rol.
Na het Lekkerkerkschandaal – een woonwijk bleek te zijn gebouwd op een chemische afvalstortplaats – werd bodemwetgeving ingevoerd, waardoor uiteindelijk de bodemkwaliteit sterk is verbeterd. Strikte bodembepalingen in milieuvergunningen hebben daarnaast preventief gewerkt. Ook startte in 1980 een omvangrijke bodemsaneringsoperatie die anno 2011 nog steeds doorgaat. Ten slotte is regelgeving ingevoerd om het hergebruik van (verontreinigde) grond, bagger en bouwstoffen te reguleren.
In dit hoofdstuk staan de oorzaken en de gevolgen van bodemverontreiniging en de hiermee samenhangende effecten voor de gezondheid en de natuur. Daarnaast wordt stilgestaan bij inspanningen voor beheer en sanering van (verontreinigde) bodems, ontwikkelingen voor de komende jaren en de ruimtelijke aspecten van bodemverontreiniging. De relaties tussen bronnen en effecten worden toegelicht aan de hand van de volgende oorzaak-effectketen.

(Klik hier voor een interactief schema.)
| Wettelijk kader Bodem Op het milieuthema bodem is de volgende wet- en regelgeving van toepassing:
|

