Ga direct naar: Hoofdmenu

Ga direct naar: Submenu

Ga direct naar: Inhoud

Ga direct naar: Zoeken

Ga direct naar: Gerelateerde items

Ga direct naar: Meta navigatie

U bent hier

Inhoud

4.6 Conclusies en aanbevelingen

Conclusies

  • Gezondheidseffecten en effecten op natuur als direct gevolg van CO2-uitstoot treden niet op lokaal niveau op. De regionale effecten van klimaatverandering, die optreden als gevolg van wereldwijde toename van broeikasgassen, worden geleidelijk zichtbaar.
  • De verschillen tussen de emissies in de afgelopen jaren zijn op dit moment nog gering. De recessie speelt een rol. Bij verminderde productie komt immers ook minder CO2 vrij.
  • De afname van emissies door maatregelen is nog nauwelijks zichtbaar; pas rond 2015 worden duidelijke reducties verwacht. Het effect van de maatregelen gericht op energiebesparing is naar verwachting nog gering. Er zijn nog geen betrouwbare gegevens om dit zichtbaar te maken.
  • Het aandeel duurzame energie groeit niet tot nauwelijks: het aantal windturbines is in 2010 niet gegroeid; de hoeveelheid bijstook van biomassa is afgenomen. Bij warmte-koudeopslag en geothermie is groei te zien, maar de bijdrage van deze energiebronnen is nog relatief klein.
  • De pilot voor CCS van E.ON en Electrabel komt in 2015 in bedrijf. Voor die tijd zijn nog geen resultaten te verwachten. Voor veel grote bronnen van uitstoot in de industrie, verkeer en gebouwen zijn bronmaatregelen benoemd, uitvoeringsprogramma’s opgesteld en in uitvoering gebracht. Deze pilot is ook bekend onder de naam ROAD (Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject).

Aanbevelingen
Uit dit hoofdstuk vloeien de aanbevelingen voort om:

  • het aandeel duurzame energie te verhogen door een regionale samenwerking op te zetten voor onder andere windenergie en het gebruik van restwarmte;
  • een onderzoek te doen naar de afweging tussen restwarmte en warmte-koudeopslag;
  • regionaal samen te werken en kennis uit te wisselen om de gemeenten te ondersteunen in het gebruik van duurzame technieken en de ruimtelijke vertaling ervan;
  • gebiedsenergie- of gebiedsduurzaamheidseisen te stellen en een energievisie op te stellen om energiemaatregelen in ruimtelijke ontwikkelingen te bevorderen;
  • ontwikkelmethodes zoals de Rotterdamse Energie Aanpak en Planning (REAP) te gebruiken waarmee stedenbouwkundigen een stad CO2-neutraal kunnen ontwikkelen;
  • de leveringsmogelijkheden van CO2 aan de glastuinbouw te blijven monitoren en te werken aan duurzame warmteoplossingen.

© DCMR. Content is onder voorbehoud. zaterdag 19 mei 2012 14:58:24