Ga direct naar: Hoofdmenu

Ga direct naar: Submenu

Ga direct naar: Inhoud

Ga direct naar: Zoeken

Ga direct naar: Gerelateerde items

Ga direct naar: Meta navigatie

U bent hier

Inhoud

8.6 Maatregelen

In dit hoofdstuk wordt aangegeven wat de verschillende partijen doen voor de verbetering van de luchtkwaliteit of de vermindering van de blootstelling. Het betreft een samenvatting van brongerichte, effectgerichte en ruimtelijke maatregelen.

8.6.1 Nationaal beleid
Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is een onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. In gebieden waar de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (de zogenoemde overschrijdingsgebieden), gaan overheden via gebiedsgerichte programma’s de luchtkwaliteit verbeteren. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit moet ervoor zorgen dat Nederland in 2011 overal de grenswaarden voor fijn stof (PM10) haalt en in 2015 die voor NO2. Op basis daarvan heeft de Europese Unie aan Nederland tot die jaren uitstel (derogatie) verleend voor het halen van de normen.

Het NSL bevat de ruimtelijke plannen die op het moment van opstelling bekend waren. De effecten van het wegverkeer door deze plannen zijn meegenomen in de berekeningen van paragraaf 8.4. Bij nieuwe plannen of ingrijpende veranderingen van bestaande plannen is het nodig de verkeerseffecten daarvan opnieuw in beeld te brengen, evenals de effecten daarvan op de luchtkwaliteit. Het jaarlijkse monitoringrapport van het NSL zal een overzicht presenteren van de eventuele wijzigingen in de lijst met ruimtelijke plannen. Meer informatie is te vinden op deze website en op de website van NSL.

Om de achtergrondconcentraties (beschreven in paragraaf 8.4) in de loop van de jaren te verminderen, zijn op Europees niveau afspraken gemaakt over emissies. Deze nationale emissieplafonds (NEC) moeten ervoor zorgen dat alle lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen om de emissies te beperken en de luchtkwaliteit te verbeteren. Ook Nederland moet er dus voor zorgen dat het deze plafonds haalt, maar het is niet mogelijk een vertaling te maken naar het aandeel Rijnmondse bronnen hierin. Op nationale schaal is er voor een aantal stoffen namelijk emissiehandel.

8.6.2 Regionale maatregelen
De inspanningen in Rijnmond op het gebied van luchtkwaliteit worden uitgevoerd in het Regionaal Actieprogramma Luchtkwaliteit en de Rotterdamse Aanpak Luchtkwaliteit (RAP/RAL). Daarnaast hebben veel regiogemeenten nog eigen gemeentelijke actieplannen.

Het programma RAP/RAL is erop gericht tijdig de grenswaarden voor de luchtkwaliteit te halen en de gezondheid van de inwoners te bevorderen door een verbetering van de luchtkwaliteit. Het bestaat uit een dynamisch pakket maatregelen waar steeds nieuwe maatregelen bijkomen. Sinds de start zijn 109 projecten vanuit het RAP/RAL-budget in uitvoering genomen. In 2010 is aan 40 projecten gewerkt. Begin 2011 is het programma herijkt en is een nieuw maatregelenpakket vastgesteld, met inachtneming van de recente prognose. Via monitoring wordt het effect van het pakket gevolgd en wordt bepaald waar aanvullende of efficiëntere instrumenten nodig zijn. Naast fysieke maatregelen zijn communicatieve maatregelen van belang. Deze zijn erop gericht kennis te vergroten, begrip en draagvlak te creëren en actief bij te dragen aan oplossingen.

In het project Publieksinformatiepunt Luchtkwaliteit werken de DCMR en de GGD Rotterdam-Rijnmond samen om bewoners te informeren over de luchtkwaliteit in hun straat en over de mogelijke gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Dit informatiepunt is ondergebracht bij de Gezondheidslijn (010 4339966).

In het kader van het project Maasvlakte 2 is een Overeenkomst Luchtkwaliteit opgesteld. Hierin staan maatregelen om te voorkomen dat de grenswaarden voor de luchtkwaliteit in 2015 en later zullen worden overschreden als gevolg van de activiteiten op Maasvlakte 2 en de vervoerstromen die daaraan verbonden zijn. Voorbeelden zijn een milieuzone voor vrachtverkeer op Maasvlakte 1 en 2 en een beperking van de vaarsnelheden van binnenvaartschepen op een aantal trajecten.

In het kader van het Monitoring- en Evaluatieprogramma Duinen, dat Rijkswaterstaat uitvoert in verband met het MER 2e Maasvlakte, wordt vanaf 2011 onderzoek gedaan naar de gevolgen van stikstofdepositie op de kwetsbare natuur in de duinen van Voorne en de Solleveld-Kapittelduinen. Mogelijk levert dit onderzoek of onderzoek in het kader van de beheerplannen voor de kwetsbare natuurgebieden (zie par. 2) geschikte indicatoren op die te zijner tijd in MSR kunnen worden opgenomen.

In de onderstaande subparagrafen wordt slechts een aantal maatregelen benoemd. Voor de andere maatregelen en bijzonderheden van de hier genoemde maatregelen wordt verwezen naar de documenten op deze website.

8.6.3 Brongerichte maatregelen op emissies en belastende functies
Voorbeelden van brongerichte maatregelen bij het wegverkeer zijn de projecten die gericht zijn op het verschonen van het wagenpark (o.a. verschonen gemeentelijk wagenpark en luchtkwaliteitseisen bij aanbestedingen) en het (tijdelijk en lokaal) reduceren van verkeersvolumes en/of bepaalde types voertuigen (vrachtauto’s in milieuzones). Een ander voorbeeld vormen de projecten die erop gericht zijn het aantal afgelegde voertuigkilometers te reduceren. Te denken valt aan de Verkeersslang; dit project stimuleert ouders hun kinderen niet met de auto naar school te brengen en bevordert het fietsgebruik. Ook het stimuleren van elektrisch vervoer door de aanleg van laadpalen e.d. valt hieronder.

In 2008 is het project ‘Vervoermanagement bij 30 bedrijven’ uitgevoerd. Hierbij is het besparingspotentieel, zowel aan afgelegde voertuigkilometers als aan uitstoot van luchtverontreinigende stoffen geïnventariseerd. De doelstellingen uit dit project zijn in 2010 gemonitord. Uit de eerste monitoringresultaten blijkt dat een fors deel van het besparingspotentieel inmiddels is gerealiseerd. In het hoofdstuk Energie is meer informatie te vinden over vervoermanagement, in relatie tot CO2. Zie www.msronline.nl voor informatie over het besparingpotentieel van fijn stof en NOx door vervoermanagement.

Voorbeelden van brongerichte maatregelen voor de scheepvaart zijn de walstroomprojecten. Verder introduceerde het Havenbedrijf Rotterdam, samen met de havens van Amsterdam, Moerdijk en Dordrecht, in 2011 de Environmental Ship Index. Hierdoor betalen schepen die aan bepaalde eisen voldoen op het gebied van uitstoot van luchtverontreiniging, minder havengeld dan andere schepen. Om de concentraties op de oever te verbeteren, zijn in de Overeenkomst Luchtkwaliteit Maasvlakte 2 ook maatregelen geformuleerd om de uitstoot van de binnenvaart te verminderen. De emissies van de industrie worden beperkt via vergunningverlening en algemene richtlijnen en regels. Veel van die regels zijn op Europees niveau vastgesteld, zoals de referentiedocumenten voor de beste beschikbare technieken (BBT). Ook zijn in Europa voor alle lidstaten nationale emissieplafonds (NEC) vastgesteld, o.a. voor stikstofoxiden (NOx). Via de NOx-emissiehandel worden deelnemende bedrijven gestimuleerd de emissies (verder) te verlagen.

Het principe van de beste beschikbare technieken (BBT) is eveneens van toepassing op de uitstoot van stinkende stoffen. Bij vergunningverlening wordt daaraan dan ook getoetst. Vanwege de grote concentratie van geurrelevante bedrijven in de directe nabijheid van bewoonde gebieden is de Geuraanpak Kerngebied Rijnmond vastgesteld, die onderdeel uitmaakt van het geurhinderbeleid van de provincie Zuid-Holland. Aan de hand van deze aanpak gaat de provincie na of verdergaande emissiebeperkende maatregelen mogelijk zijn.

8.6.4 Effectgerichte maatregel op luchtkwaliteit
Een voorbeeld van een effectgerichte maatregel op luchtkwaliteit is de aanleg van schermen langs een aantal rijkswegen. Rijkswaterstaat treft deze maatregel in het kader van het NSL op die plaatsen waar langs rijkswegen nog knelpunten te verwachten zijn.

8.6.5 Ruimtelijke maatregelen op blootstelling en luchtkwaliteit
Binnen RAP/RAL wordt ook een aantal ruimtelijke maatregelen uitgevoerd. Ook het bundelen van verkeersstromen kan gezien worden als een ruimtelijke maatregel. Hierdoor wordt de luchtverontreiniging langs drukke wegen weliswaar hoger, maar wordt de luchtkwaliteit op wijkenniveau beter, wat voor de inwoners gunstiger is. Een ander voorbeeld van een ruimtelijke maatregel is de aanleg van Park-en-Ridevoorzieningen om de hoeveelheid autoverkeer naar de binnenstad te verminderen. Mogelijk kan ook de aanleg van fietsroutes gezien worden als een ruimtelijke maatregel om mensen te stimuleren meer gebruik te maken van de fiets en dus minder van de auto. Een uitgebreid overzicht van de maatregelen op het gebied van luchtkwaliteit wordt gegeven in het programma RAP/ RAL. Het Kader Leefomgevingskwaliteit (KLOK) in de gemeente Rotterdam is een maatregel waarin via een bepaalde ruimtelijke indeling blootstelling kan worden gereduceerd. Dit kader maakt overigens geen deel uit van RAL.

© DCMR. Content is onder voorbehoud. zondag 20 mei 2012 17:58:51