Ga direct naar: Hoofdmenu

Ga direct naar: Submenu

Ga direct naar: Inhoud

Ga direct naar: Zoeken

Ga direct naar: Gerelateerde items

Ga direct naar: Meta navigatie

U bent hier

Inhoud

9 Inleiding

Water is een belangrijk aspect van de fysieke leefomgeving. Lange tijd hebben de Nederlanders het water buiten kunnen houden door dijken te bouwen en op te hogen en door het achterliggende land te bemalen. Door de klimaatverandering, zeespiegelstijging en bodemdaling zijn die maat-regelen echter niet langer voldoende. Willen we in Nederland de waterproblemen het hoofd bieden, dan zullen we water meer als bondgenoot dan als bedreiging moeten zien. Het accent verschuift daarmee van technische naar ruimtelijke oplossingen. Het wordt steeds duidelijker dat we moeten werken aan een duurzaam ingericht watersysteem, dat bovendien invloeden van buitenaf en binnenuit kan verwerken.

De doelstellingen op het gebied van water zijn sterk verschillend. Enerzijds hebben de doelstellingen betrekking op de waterkwaliteit (schoon water) en anderzijds op het watersysteem (droge voeten, verzilting en adaptatie). Zo is het voor de inwoners in het Rijnmondgebied belangrijk dat zij geen wateroverlast ondervinden in natte perioden, maar ook dat er in droge tijden voldoende water in bijvoorbeeld de sloten en singels staat. Zwem- en recreatiewater moet schoon zijn en aan hoge kwaliteitseisen voldoen . Bovendien heeft water in de leefomgeving een grote landschappelijke en recreatieve waarde. Voor de natte natuurgebieden in de delta is schoon water een belangrijke bestaansvoorwaarde. Schoon en gezond water in rivieren, sloten, singels en plassen is goed voor dieren en planten – en waar dieren en planten gedijen, is het voor mensen aantrekkelijk wonen, werken en recreëren. Een duurzaam ingericht watersysteem, afvoer en zuivering van afvalwater, goede vergunningenverlening en een goede controle zijn instrumenten om de waterkwaliteit te verbeteren. Samenwerking tussen partners in de waterketen is hierbij het sleutelwoord.

In dit hoofdstuk beschrijven we het belang van goed waterbeheer in relatie tot effecten op gezondheid en natuur. Centraal staat het waterkwaliteitsbeheer. Waterveiligheid en waterkwantiteitsbeheer volgen in de rapportage van 2012. Klik hier voor beschikbare informatie over deze onderwerpen. Ter verduidelijking worden de te bespreken onderwerpen zoveel mogelijk van indicatoren in de vorm van grafieken of kaarten voorzien. De relatie tussen bronnen en effecten van maatregelen wordt toegelicht aan de hand van de onderstaande structuur:

(Klik hier voor een interactief schema.)

Wettelijk kader Water
Op het thema water is de volgende wet- en regelgeving van toepassing.

De belangrijkste Europese richtlijnen voor het waterbeheer zijn de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de twee dochterrichtlijnen. De eerste is de Grondwaterrichtlijn; deze geeft invulling aan artikel 17 van de KRW; de tweede is de Richtlijn prioritaire stoffen; deze geeft invulling aan artikel 16 van de KRW. Verder zijn direct van invloed op het waterbeheer: de Zwemwaterrichtlijn, de Richtlijn overstromingsrisico’s, de Hoogwaterrichtlijn en de Kaderrichtlijn mariene strategie.

Op nationaal niveau regelt de Waterwet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert zij de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet kent een planstelsel, om coördinatie tussen waterbeheerders te bewerkstelligen. Met het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water zijn de kwaliteitseisen voor grond- en oppervlaktewater uit de KRW, de Grondwaterrichtlijn en de Richtlijn Prioritaire Stoffen in de Nederlandse wetgeving verankerd.

Het Provinciaal Waterplan 2010-2015 bevat de hoofdlijnen van het provinciale waterbeleid en integreert het beleid op het gebied van waterkwaliteit, waterkwantiteit en grondwater. In de Waterbeheerplannen is het beleid van de waterschappen neergelegd.

Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Een belangrijke verandering na de inwerkingtreding van de Waterwet is dat alle indirecte lozingen vallen onder het WM bevoegde gezag (gemeente en provincie) en alle directe lozingen onder het gezag van de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de rijkswateren).

In het Waterbesluit is een landelijke rangorde vastgelegd bij watertekorten (de verdringingsreeks). Voor de organisatie van het waterbeheer bevat dit besluit de toedeling van oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk en regels voor het verstrekken van informatie over het waterbeheer. Ook regelt het besluit procedurele en inhoudelijke aspecten van het nationale waterplan en het beheerplan voor de rijkswateren en enkele inhoudelijke aspecten van de plannen in verband met implementatie van de Kaderrichtlijn Water en de Richtlijn Overstromingsrisico’s.

Regelgeving voor waterbeheer is op provinciaal en regionaal niveau neergelegd in onder andere de Waterverordening Zuid-Holland, de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland en voor de waterschappen in de Keur van de waterschappen.

Naast deze richtlijnen hebben andere richtlijnen invloed op de waterkwaliteit en/of -kwantiteit, zoals de Richtlijn Gevaarlijke Stoffen, de IPPC - richtlijn en de Nitraatrichtlijn.

Voor meer informatie en nadere toelichting, zie deze website.

© DCMR. Content is onder voorbehoud. zondag 20 mei 2012 18:00:24