9.8 Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
- De waterkwaliteit is de afgelopen jaren verbeterd en de waterbodems zijn schoner geworden. Het terugdringen van lozingen van fosfaat en stikstof is succesvol geweest. Ook de hoeveelheid zwaar verontreinigd slib is gedaald.
- Niettemin worden nog niet alle kwaliteitsdoelstellingen gehaald. Dit betreft onder andere de KRW-doelstelling voor ecologische waterkwaliteit, de concentratie van (zware) metalen, de eutrofiëring van het oppervlaktewater en de organische microverontreinigingen.
- De laatste jaren verloopt de waterkwaliteitsverbetering langzaam omdat de meest kosteneffectieve maatregelen al zijn getroffen.
- Belasting van het oppervlaktewater vindt plaats vanuit enkele verspreide directe lozingen van afvalwater (buiten de bebouwde kom), door lozingen van diffuse bronnen en door lozingen via overstorten van gemeentelijke rioolstelsels. Overstorten ontstaan bij hevige regenval, wanneer het rioolstelsel de hoeveelheid water niet meer kan verwerken. Door veranderingen in het klimaat treden dergelijke situaties steeds vaker op.
- De waterschappen beschikken niet over wettelijke instrumenten om iets te doen aan de diffuse verontreiniging van het oppervlaktewater door bestrijdingsmiddelen en zijn daarom afhankelijk van de acties van andere overheden.
- Inwoners van de regio hebben op verschillende manieren steeds vaker met water te maken in hun leefomgeving. Dit kan naast positieve effecten zoals recreatie- en belevingswaarde, gezondheidsrisico’s met zich meebrengen.
Aanbevelingen
Er wordt aanbevolen om:
- de waterkwaliteit verder te verbeteren door de waterbeheerders samen met onder andere Rijk, provincie, gemeenten te laten werken aan
- verbeterde nationale en provinciale wet- en regelgeving,
- een verbeterde afvalwaterketen en duurzaam onkruidbeheer (met gemeenten),
- water en verkeer (hemelwater van snelwegen zuiveren),
- water en bodem (waterbodemkwaliteitskaarten),
- water en groen (natuurvriendelijke oevers),
- water en lucht (natte depositie van stikstof),
- bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen meer rekening te houden met water: bijvoorbeeld bij zaken als waterberging, afkoppeling schoon hemelwater van riolering, verkeer als diffuse bron en atmosferische depositie;
- waterkwaliteit in rivieren en kustwateren te verbeteren door generiek beleid, technologische oplossingen en een intensievere samenwerking tussen de verschillende actoren;
- diffuse bronnen verder aan te pakken: aanpak aan de bron via generiek beleid lijkt hiervoor het meest adequaat;
- samen te werken tussen waterschappen en gemeenten om de vuiluitworp uit de afvalwaterketen te verminderen;
- in te zetten op de scheiding van hemelwater en afvalwater en het afkoppelen van hemelwater op verhard oppervlak van de riolering;
- gebruik van bestrijdingmiddelen tegen te gaan door onder andere verder onderzoek, voorlichting en communicatie met de sectoren, communicatie tussen het waterschap en de gemeenten en het opstellen van emissiearme plannen bij het beheer van de openbare ruimte;
- inwoners (verder) vertrouwd te maken met leven met water, bijvoorbeeld door inzet van (risico) communicatie en zwemonderwijs.

