Ga direct naar: Hoofdmenu

Ga direct naar: Submenu

Ga direct naar: Inhoud

Ga direct naar: Zoeken

Ga direct naar: Gerelateerde items

Ga direct naar: Meta navigatie

U bent hier

Inhoud

9.4 Water in de leefomgeving

In deze paragraaf zijn gegevens opgenomen over de toestand en ontwikkeling van de waterkwaliteit. De grafieken tonen de resultaten van de waterkwaliteitsmetingen die de waterbeheerders uitvoeren in de door hen onderhouden waterkwaliteitsmeetnetten. Hierin kijken de waterkwaliteitsbeheerders naar onder andere stikstof en fosfaat (voedingsstoffen), zoutgehalte, zware metalen en bestrijdingsmiddelen (chemische parameters). Daarnaast worden biologische parameters gemeten, om de ecologische kwaliteit te beoordelen.

De waterkwaliteit in de regio Rijnmond is de afgelopen jaren verbeterd. Dit is vooral het gevolg van de inspanningen van de waterbeheerders en van internationale afspraken om lozingen op de grote rivieren te verminderen. Op grond van de Kaderrichtlijn Water (KRW) moet in aangewezen waterlichamen en beschermde gebieden in 2015 het Goede Ecologische Potentieel (GEP) zijn bereikt.

Dit is een samengestelde maatstaf waarin chemische en biologische parameters gecombineerd zijn tot één score. Voor de ecologie is het mogelijk – onder voorwaarden en goed onderbouwd – bepaalde doelen later te behalen (uiterlijk 2027).

Overigens geldt ook als doelstelling dat in 2015 in alle wateren de Goede Chemische Toestand (GCT) is bereikt. Deze GCT is bereikt wanneer de concentraties van alle 44 prioritaire chemische stoffen met een Europees vastgestelde norm voldoen aan die norm. De waterschappen toetsen de kwaliteit van het water maar hebben zelf niet veel mogelijkheden om de belasting van het oppervlaktewater met deze chemische stoffen terug te dringen. Hiervoor is landelijk en Europees beleid nodig. Dit valt buiten de reikwijdte van dit rapport.

Waterkwaliteit: Ecologische waterkwaliteit en Goed Ecologisch Potentieel
Hierna zijn zes kaarten opgenomen als indicatoren voor de belangrijkste onderdelen waarop in het kader van de KRW wordt getoetst. Het onderdeel beleid/doel en toelichting geldt voor alle kaarten. Per kaart wordt alleen nog specifieke informatie over het betreffende onderdeel aangegeven.

(Klik voor de tekst bij de indicatoren de afbeelding.)

Waterkwaliteit: bestrijdingsmiddelen
Bestrijdingsmiddelen zoals gewasbeschermingsmiddelen en onkruidbestrijdingsmiddelen richten zich op plaaginsecten en diverse soorten onkruid, maar hebben – wanneer zij in het oppervlaktewater terecht komen – een onbedoeld negatieve invloed op de aquatische natuurlijke soortenrijkdom, die de waterbeheerders juist willen bevorderen. Het beleidsdoel is de belasting van het oppervlaktewater met deze middelen terug te dringen en daarmee schade aan het aquatisch ecosysteem te verminderen.

Waterkwaliteit: zware metalen
Doelstelling is dat de concentratie van alle zware metalen in het oppervlaktewater voldoen aan de normen. Op een aantal locaties overschrijden de parameters chroom, koper, nikkel en zink (al een aantal jaren) de norm. De parameters cadmium, kwik en lood overschrijden de norm niet. Dit beeld komt overeen met het landelijke beeld.

Waterkwaliteit: nutriënten in rijkswateren
Hieronder staan twee indicatoren over nutriënten in de wateren van de Noordrand (waaronder de Nieuwe Maas, Oude Maas en de Nieuwe Waterweg) en de Zuidrand (waaronder het Spui en het Haringvliet).

(Klik voor de tekst bij de indicatoren de afbeelding.)

Waterkwaliteit: verzilting
Het zoutgehalte van het oppervlaktewater is met name van belang voor het aangrenzend agrarisch gebruik en mag daarom niet boven een bepaalde landelijke norm komen.

Verzilting is het proces waarbij zoet water wordt belast met zout(er) water, waardoor het zoutgehalte (mg-Cl/l) toeneemt. Zout water dringt in hoofdzaak via de Nieuwe Waterweg het noordelijk deel van de delta binnen. De mate waarin dit gebeurt, is afhankelijk van:

  • de zeewaterstand,
  • de rivierafvoeren van Rijn en Maas met het direct daaraan gekoppelde oppervlaktewater,
  • de bodemligging van de Nieuwe Waterweg, Nieuwe Maas en Oude Maas,
  • de achtergrondconcentratie van de Rijn.
Er is sprake van achterwaartse verzilting als de chlorideconcentratie bij Kinderdijk en/of Bernisse hoger wordt dan de norm van 150 mg-Cl/l. Verzilting van het hoofdwatersysteem in de Rijn-Maasmonding kan een risico vormen voor de zoetwatervoorziening voor drinkwater, industrie, landbouw en natuur. Verschillende instanties (industrie, drinkwaterbedrijven en waterschappen) houden de verzilting goed in de gaten omdat het bij te hoge zoutgehaltes niet meer mogelijk is de verschillende waterfuncties uit te oefenen; voorbeelden hiervan zijn: koel- en proceswater, drinkwateronttrekking, landbouw (beregening), doorspoeling en peilbeheersing.

Situatie bij Kinderdijk en Bernisse tot en met 2009
De meeste situaties met achterwaartse verzilting in 2009 ontstonden door een lage afvoer van de Rijn in de periode half september tot en met begin november. Buiten deze periode trad vooral in januari nog achterwaartse verzilting op. Bij Kinderdijk (aan de Lek) traden in 2009 70 keer maximale chlorideconcentraties op die hoger waren dan 150 mg-Cl/l. De maximale concentratie bedroeg 2.185 mg-Cl/l (zie Tabel 9.2). Bij Bernisse (in het zuidelijke deel van het Spui) was de chlorideconcentratie op vier tijdstippen hoger dan 150 mg-Cl/l. De maximale concentratie bedroeg ca 3.050 mg-Cl/l. Deze overschrijdingen deden zich vooral voor in september en oktober.

2003200420052006200720082009
Kinderdijk3.5841.8142.7271.1981.2175602.185
Bernisse4.7551.9369.7935.6842.4054.9973.033

Tabel 9.1 maximale chloridegehaltes (mg-Cl/l) in 2003-2009 van (achterwaartse) verzilting

(Klik voor de tekst bij de indicator de afbeelding.)

De doelstelling van het Donau-, Maas- en Rijnmemorandum 2008 is nog niet bereikt. Dit wordt onderstreept door een update die het Watercycle Research Institute in 2010 in opdracht van RIWAMaas maakte van de lijsten met (potentieel) bedreigende stoffen in de Maas. Hieruit blijkt dat de waterkwaliteit van het Maaswater nog steeds wordt bedreigd door diverse bestrijdingsmiddelen en geneesmiddelen, waaronder röntgencontrastmiddelen en hormoonverstorende stoffen.

Kwaliteit baggerspecie
De kwaliteit van baggerspecie geeft aan in welke mate het rivierwater verontreinigd is. Alleen sterk verontreinigde baggerspecie wordt in de Slufter geborgen. De bagger die in de Slufter wordt gestort is afkomstig uit de rivier en havenbekkens in deze regio. Deze bagger is in het verleden verontreinigd geraakt en komt bij baggerwerkzaamheden vrij om de diepgang te behouden. Er wordt nu significant minder verontreinigd materiaal gebaggerd dan jaren geleden en het overgrote deel van het gebaggerde sediment kan verspreid worden op de Noordzee t.b.v. behoud van het mariene milieu.

(Klik voor de tekst bij de indicator de afbeelding.)

Verdroging
Verdroging is slechts secundair een probleem voor waterkwaliteit, namelijk wanneer in tijden van watertekort water van mindere kwaliteit wordt ingelaten. Voor de effecten van verdroging op groen en natuur wordt verwezen naar hoofdstuk 7, Groen.

© DCMR. Content is onder voorbehoud. zondag 20 mei 2012 18:05:11