Leefomgeving
Ruimte en milieu zijn steeds meer met elkaar vervlochten. Milieu stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ordening en ruimtelijke plannen zijn essentieel om milieudoelen te bereiken. Een overkoepelende term voor ruimtelijk relevante milieuthema’s is leefomgevingskwaliteit. Het gaat daarbij om het realiseren van een hoogwaardig woon- en werkmilieu. Verbeteren van de leefomgevingskwaliteit is dan ook een belangrijk speerpunt voor plannen als het Ruimtelijk Plan Regio Rotterdam 2020 (RR2020).
In de inrichting van de ruimte komen de aspecten samen, die de drie P’s genoemd worden: People, Planet en Profit. In dit rapport worden de effecten van de economische activiteiten in dit gebied (Profit) gemonitord met duurzaamheidindicatoren (Planet) en gezondheid- en leefomgevingsindicatoren (People).
De ruimtelijk relevante hoofdstukken van MSR geeft ruimtelijke ordenaars informatie die ze kunnen gebruiken bij de planvorming en kan een basis zijn voor het ontwikkelen van methoden om leefomgevingskwaliteit te meten.
Het thema leefomgeving bevat de volgende hoofdstukken:
5 Lucht;
6 Externe veiligheid;
7 Geluid;
8 Bodem;
9 Groen en natuur;
10 Ruimte.
Conclusie thema leefomgeving
De uitdaging voor de komende tijd zit in het verbeteren van de leefomgevingskwaliteit, waarbij het niet alleen gaat om voldoen aan milieunormen, maar om het realiseren van concurrerende woon- en werkmilieus. Op het gebied van luchtkwaliteit is gekozen voor een regionale programmatische aanpak binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) die ervoor zorgt dat overal in de regio wordt voldaan aan de normen voor luchtkwaliteit. Dit programma ligt op koers, waardoor de regio zich kan blijven ontwikkelen.
Op het gebied van externe veiligheid zijn de risico’s in beeld gebracht en is veel bestuurlijke aandacht voor het opstellen van visies externe veiligheid die moeten worden geïntegreerd in de ruimtelijke planvorming.
De geluidsituatie verslechtert, met name door toename van verkeer. Op het gebied van bodemverontreiniging zijn de bodemdoelstellingen uit het convenant Bodem niet haalbaar met de beschikbare middelen. Desondanks worden deze middelen de komende jaren door het ministerie VROM met 30% gekort.
De realisatie van de ecologische hoofdstructuur en recreatief groen volgens het Regionaal Groenstructuurplan 2 ligt op de korte termijn op koers, maar voor de langere termijn zijn er financiële tekorten voor aanleg en beheer.
Voor de ruimtelijke ordening blijkt uit de signaalkaarten van het hoofdstuk Ruimte vooral dat het tijdig meenemen in ruimtelijk planvorming van de milieueisen nodig is om de ruimtelijke doelstellingen te kunnen halen. Dit gebeurt steeds beter, waardoor er minder knelpunten optreden.

